De Vitamine D bepaling; niet zo eenvoudig als het lijkt!

Het belang van vitamine D  in allerlei pathofysiologische condities wordt meer en meer onderkend. Derhalve wordt vitamine D de laatste jaren steeds vaker aangevraagd. Bij Atalmedial zijn dat ca. 350 verzoeken per dag. Bij een aanvraag voor vitamine D wordt de concentratie 25(OH)vitamine D bepaald, hetgeen een goede maat is voor de voorraad vitamine D in het lichaam.

Medio 2016 is Atalmedial overgestapt op een nieuwe 25(OH)vitamine D methode. Het is echter niet eenvoudig om 25(OH)vitamine D analytisch correct te bepalen. Er zijn ook behoorlijke kwantitatieve verschillen tussen de verschillende beschikbare methoden. Voor ingebruikname wordt in een klinisch chemisch laboratorium een nieuwe methode altijd onderworpen aan een onderzoek om te beoordelen of de methode functioneert voor de beoogde klinische toepassing. Daarnaast wordt onderzocht of de analytische eigenschappen voldoen aan vooraf gestelde vereisten. Zo is ook de nieuwe 25(OH)vitamine D methode aan een uitgebreide verificatie onderworpen.

Zoals aangegeven is de bepaling van 25(OH)vitamine D analytisch niet eenvoudig. 25(OH)vitamine D zit in het lichaam gebonden aan vitamine D bindend eiwit (DBG). De concentratie van DBG is verschillend in verschillende patiëntengroepen. Bij de bepaling van 25(OH)vitamine D is dit verschil  in DBG concentratie lastig omdat 25(OH)vitamine D als eerste stap in de analyse vrijgemaakt moet worden van dit DBG. Als dit niet goed lukt, kan geen correcte 25(OH)vitamine D concentratie bepaald worden. In de verificatie zijn daarom naast 1e-lijns patiënten ook patiëntengroepen onderzocht met hogere (zwangeren) en lagere DBG concentraties (dialyse- en IC patiënten). Daarnaast is de analytisch variatie (precisie) vastgesteld. Dit wordt gedaan door dezelfde monsters op verschillende dagen te meten om te beoordelen of steeds ongeveer hetzelfde resultaat gevonden wordt.

De nieuw ingevoerde 25(OH)vitamine D methode heeft een zeer goede precisie, geeft uitslagen die vergelijkbaar zijn met de referentiemethode en functioneert adequaat in de verschillende onderzochte patiëntengroepen. Uitgebreide informatie over de uitgevoerde verificatie is te vinden in deze posters:

Deze posters zijn gepresenteerd op het nationale congres van de NVKC (Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie) 2017.

Anne-Margreet de Jong, klinisch chemicus i.o. en Madelon Buijs klinisch chemicus